Plantgoed aanplanten en verzorgen - praktische tips

Hoe plant je bomen en struiken correct aan? Hoe bescherm je jonge aanplant en wat doe je bij droogte? Hier vind je praktische tips voor een goede start en verdere verzorging.



Delen

Zo geef je je aanplant de beste start!

 

Goed geplant is half gewonnen. Met de juiste aanpak bij het planten, beschermen en verzorgen vergroot je de kans dat bomen, struiken en hagen goed aanslaan en zich sterk ontwikkelen.

© Regionale Landschappen

Praktische tips

Tips bij aanplanten

Wanneer starten met aanplanten?

Idealiter plant je je planten nog dezelfde dag aan als je ze afhaalt.

Lukt dat niet, dan kan je het plantgoed tijdelijk inkuilen. Graaf een ondiepe sleuf in de aarde, leg de planten erin onder een hoek van 45° en dek alle wortels goed af met met losse aarde. Ingekuilde planten kan je zo enkele weken bewaren, maar het blijft belangrijk om een plant zo vroeg mogelijk in het winterseizoen te palnten. Planten die pas in januari-februari worden geplant, hebben sowieso een ontwikkelingsachterstand ten aanzien van deze die voor Kerstmis werden geplant. 
Plant niet tijdens een vriesperiode en vermijd ook planten tijdens winderige dagen. Dek wortels steeds af met een doek of zeil tijdens de voorbereiding.

Steek een plant niet dieper dan nodig in de plantput. Als de bovenste wortels net onder de aarde komen te zitten, is het prima. Steek zeker geen groot deel van de stam mee in de grond! 

Plant je meerder soorten samen? Groepeer ze dan in groepjes van 3 tot 6 planten per soort. Zo krijgen ook de trager groeiende soorten voldoende ruimte en licht. 

Aanplanten van hagen en heggen

  • Voorzie een plantsleuf van 40cm diep en breed.
  • Zorg ervoor dat de bodem goed losgemaakt is.
  • Plaats de planten met gespreide wortels op gelijke afstend en op dezelfde diepte als in de kwekerij (duidelijk kleurverschil).
  • Plant je een gemengde haag? Zet dan groepjes van drie tot zes dezelfde soorten bij elkaar. Zo vermijd je dat de sterkere soorten de zwakkere overgroeien.
  • Na de aanplant of op het einde van de winter snoei je je plantje met de helft in. Dat stimuleert de vertakking en zorgt voor een dichtere haagstructuur.

 

© Regionale Landschappen
© Regionale Landschappen
© Regionale Landschappen

Tips voor bescherming

Wanneer je bomen aanplant in een weide, is het belangrijk dat je deze beschermt tegen rondlopende grazers met een beschermkooi.
Het type kooi is afhankelijk van de diersoort die bij de bomen kan komen.
Werk je met een kooi in kastanjehekwerk? Zorg dan zeker dat het hekwerk stevig in de grond vast zit door middel van enkele palen zodat het bij hevige wind niet kan omwaaien.

kooien voor boombescherming

Tips bij droogte

Preventief:

  • Plant tijdig: Alle houtige planten die vóór nieuwjaar worden geplant, hebben voorsprong op die geplant worden in januari en februari. Sommige maken nog vóór de winterrust kleine haarwortels aan, die zo noodzakelijk zijn om water op te kunnen nemen. Aanplanten in maart is laat, veel soorten lopen dan al uit en zijn minder voorbereid op de droogte. 
  • Bedek de bodem: Je kan de grond na aanplant met houtsnippers bedekken. Gebruik bij voorkeur eigen verhakseld loofhout. Houtschors gekocht in tuinspeciaalzaken is bijna steeds van naaldhout, die je grond verzuurt. De houtsnippers vormen een bescherming tegen uitdroging van je grond.
  • Bedek de grond rond je aanplant niet met verse mest of compost: dat is overkill voor de wortels. Wel kan je de aarde waarin je plant, mengen met wat compost. Zo verrijk je de bodem met organisch materiaal, waardoor ook die beter water vasthoudt.
  • Bedenk waar je bomen en struiken plant:
    • is dat op een helling, een talud, een hoger gelegen terrein? Weet dan dat deze bomen meer moeite zullen moeten doen om de grondwaterlaag te bereiken: die zit meestal dieper onder de grond dan bij vlakker of effener land.
    • Plant je op een helling met bronnen? Dan is er grond- of kwelwater in de buurt, ondanks het reliëf.
    • Ligt er een afwateringssloot langs je aanplant? Die zal grond- en hemelwater draineren, evenmin ideaal in droge tijden.
    • Plant je in zandgrond, zandleem- of leembodem? Hoe méér zand in je bodem, hoe rapper de grond uitgedroogd raakt.
  • Maak een gietrand: Zeker bij de aanplant van hoogstambomen weet je dat je bij droogte water zal moeten geven. Voorzie daarom een gietrand rond je bomen: in een straal van 30-40 cm rond de boom (of struik) plaats je een plastieken band in de bodem met een hoogte van 20 à 30 cm. Zo kan je straks water geven zonder dat het water in alle richtingen wegstroomt. Het kan ook minder complex: je kan opteren om de plantput in een straal van 30-40 cm rond de boom of struik niet volledig op te vullen, waardoor er een kleine ondiepte rond de stam ontstaat. Dat is handig voor als je water geeft: het water krijgt door de ondiepte de tijd rond de wortels in de bodem te dringen. Zeker handig zijn deze ondieptes op bomen en struiken die je op hellingen plant: zonder deze stroomt elke watergift meteen weg, wég van de plant.
  • Snoei verstandig: een andere techniek om je bomen door droogte te loodsen is bijsnoeien. Bij een fruitboom moet je na aanplant sowieso vormsnoeien (wat vaak gepaard gaat met het slim inkorten van de loten). Bosplantsoen kort je best ook met de helft of twee derde in (zodat het onderin de plant struikt). Bij hoogstamloofbomen zoals eiken of elzen snoei je idealiter ook overbodige takken weg, maar elke tak insnoeien zoals bij fruitbomen is dan weer uit den boze. Zeker de harttak moet blijven staan. Bij twijfel raadpleeg je best een specialist. Het snoeien zorgt ervoor dat je de balans tussen de biomassa onder de grond (wortelmassa) terug in evenwicht brengt met die erboven (de takken), gezien het verplanten ingrijpend is voor het wortelstelsel van een plant of boom.

Bij droogte:

  • Als het in april en mei zeer weinig regent of minstens drie, vier weken aan een stuk droog blijft, moet je water geven: om de drie dagen 10 liter water per boom. Bosplantsoen water geven is veel complexer en vaak onbegonnen werk, tenzij je het in je tuin plant en water vlakbij is. Veel hangt natuurlijk af van hoe rap jouw bodem uitdroogt. Dat kan je zelf testen door een putje in de bodem te maken. Droge grond herken je makkelijk van natte grond. Water geven is makkelijk als er een gietrand rond de boom zit of als de boom of struik geplant is in een kleine ondiepte die makkelijker water opslorpt.
  • Eenmaal je in droge tijden water begint te geven, moet je dat ritme blijven aanhouden tot voldoende regen soelaas brengt. Die regen moet dan ook goed de bodem kunnen indringen.
  • Slaat de droogte toe tijdens de zomermaanden, pas dan bovenstaande eveneens toe.
  • In vochtige tijden is het goed concurrerende planten (grassen, netels, bramen…) kort te maaien rond de boom of struik. Gebruik nooit een bosmaaier met maaidraad: die vernielt de schors en de bast van de boom of struik, waardoor hij sterft. Gebruik daarentegen een bosmaaiermes met veiligheidskap tegen het wegmaaien van je bosplantsoen. In droge tijden bieden deze planten dan weer net bescherming. Lange grassen en kruiden rond je boom of struik houden de ochtenddauw langer vast en helpen je boom. Maai in droge tijden gras en andere kruiden rond je plant dus niet kort. Zorg er wel voor dat je plant boven de kruiden en grassen blijft uitsteken voor licht en lucht.

    Op een nat seizoen zoals 2024 na, kampen we elk jaar weer met droogteperiodes. Wie hoogstambomen plant, moet beseffen dat hij bijna altijd wel in meerdere of mindere mate gedurende het eerste groeijaar water zal moeten geven.

Tips voor scheren en snoeien

Om begripsverwarring te vermijden:

  • Scheren is hagen snoeien zonder dat de takken al verhout zijn.
  • Bij snoeien zijn de takken net wel verhout.
  • Verhouten is het proces waarbij een nieuw gegroeide tak die eerst groen en flexibel is, in het najaar overgaat in een houtige toestand, waar de bladeren afvallen en die zo de winter ingaat.

Haag

Een geschoren haag vergt tijdens het groeiseizoen minstens twee scheerbeurten. Doorgaans scheren mensen hun haag een eerste keer in mei of juni, een tweede keer in augustus of september. Bij scheren verwijder je onbedoeld knoppen van bloemen; zonder bloemen ook geen vruchten aan je haag. Heb je een dikke haag waar vogels kunnen in broeden zonder dat die door zijn uitgroei buren of weggebruikers hindert, dan raden we aan om je eerste scheerbeurt indien mogelijk uit te stellen tot begin juli, als de jongen uitgevlogen zijn. Op die manier scheer je ook geen bloemen weg.  

Heg

Het onderhoud van een heg blijft in het groeiseizoen beperkt tot hoogstens wat wegsnoeien van hinderlijke takken, terwijl je in de herfst je heg scheert. Een heg zet je dan terug in een blokvorm, idealiter niet smaller dan 80 centimeter en niet lager dan 1,2 meter.

Opgelet: bijna alle inheemse struiken bloeien op ditjarig hout: dat betekent dat ze in de lente een nieuw takje aanmaken waarin ook een bloeiknop zit. Sleedoorn en zoete kers bloeien evenwel op eenjarig hout: de bloemknop wordt gemaakt op hout dat het jaar voordien is gevormd. Als je dus in het najaar de takken van sleedoorn en zoete kers scheert of insnoeit, heb je in de lente geen of nauwelijks bloemen. Heb je een heg die vooral uit die soorten bestaat, dan snoei je je heg best in ná de bloei in maart en april, alvorens er vogels in nestelen.

Houtkant

Het kappen van een houtkant gebeurt om de vijf tot tien jaar, afhankelijk van de groeisnelheid van de soorten. Dan zaag je de takken af tot op zo’n 10 à 20 cm boven de grond. Uit de overblijvende slapende knoppen lopen in de lente nieuwe scheuten uit. Voor de rest is het onderhoud beperkt tot het wegsnoeien van hinderlijke takken. Het is ook goed om het terugzetten van je houtkant over meerdere jaren te spreiden. Daardoor creëer je ook in die houtkant zelf verschillende biotoopjes van planten in verschillende groeifasen – en dat trekt dan weer een verscheidenheid aan dieren en planten erin en eronder aan.

Maar je kan even goed voor een permanente houtkant kiezen, als die geluid buffert of het zicht op een lelijk gebouw of constructie wegneemt.

 

 

Veilig voor vee

Sommige bestanddelen van onze struiken zijn licht giftig tot giftig voor bepaalde huisdieren, of kunnen licht irriteren bij inname.
Koeien en schapen zijn zo slim om wat hen niet veilig of lekkr ruikt gewoon te mijden. Voor deze dieren is oppassen welke soort je bij hen plant niet aan de orde.

Voor paarden ligt het anders. Het ene paardt vermijdt bepaalde planten, het andere is gulziger. Als algemene regel geldt dat de meeste inheemse struiken en bomen met opvallende bloemen mogelijks voor sommige paarden bij inname niet geschikt zijn. 
Twee belangrijke uitzonderingen zijn de paardveilige meidoorn en hondsroos!

Sowieso bevatten de bladeren en takken van een aantal struiken en bomen voor ons vee aanvullende voedingsstoffen en gezonde mineralen: Spaanse aak, meidoorn, wilg, linde (een absolute aanrader voor veevoeder), hazelaar, iep, ppulier, es en hondsroos.

 

 

© Regionale Landschappen

Doe mee aan onze groepsaankoop

© Regionale Landschappen

Bestel nu je streekeigen plantgoed via onze jaarlijkse groepsaankoop. 

Meer weten Bestellen

Lees onze nieuwe Wijzer

© Regionale Landschappen

In onze nieuwe Wijzer vind je het volledige aanbod van Behaag je tuin overzichtelijk terug, inclusief de bestuivingstabellen bij de fruitbomen. Je leest er ook verhalen en voorbeelden uit de streek over hagen, boomgaarden en andere landschappelijke aanplantingen.

Doorblader de Wijzer Download de Wijzer in pdf